Randverschijnselen - zevende jaargang

nummer 2 - 10 oktober 2006

Inhoud: (Klik op onderwerp om te bekijken)

Inhoud:

» HOME «

RE(D)ACTIONEEL

Stilstand is achteruitgang.

Dat moet u maar denken als u leest dat de redactie van de RANDVERSCHIJNSELEN alweer is veranderd: Henk van Merriënboer heeft, mede door zijn bemoeienissen met het “Groot Spijkenisser Kerstconcert” (voorlopig?) te weinig tijd om zich met uw verenigingsblad te bemoeien. Zijn taak wordt overgenomen door Hans Schouten (waarmee dus uitsluitend 2 e tenoren de scepter zwaaien), terwijl diens echtgenote Hanneke de interviews voor haar rekening gaat nemen. Zij is professioneel gepokt en gemazeld in dit metier, dus we verwachten inzendingen van hoog niveau.

Een grote wens van de redactie is in vervulling gegaan: het bestuur heeft ermee ingestemd dat uw lijfblad in het vervolg ‘ín full color’ verschijnt. Nu maar hopen dat de inzenders hun proza ook voorzien van prachtige kleurenfoto’s.

De teneur van deze uitgave is juichend: een uitstekend geslaagd concert in Hellevoetsluis wordt door diverse auteurs bewierookt. Kleine minpuntjes worden ook zo hier en daar aangestipt.

Ook is er plaats voor kritiek: van diverse kanten wordt weergegeven dat men niet geheel gelukkig is met het repertoire. In het verleden is hier al veel over gezegd, maar nu lijkt toch de tijd gekomen dat het bestuur heel serieus met deze onvrede omgaat! Peter Hoevenaars vraagt zich af of niet koor-gebonden artikelen wel in ons lijfblad moeten verschijnen. Lees erover en geef uw mening s.v.p.

Een dik nummer, door de vele inzendingen; ook de buitenwacht laat (deze keer zeer professioneel) weer wat van zich horen.. Verder wat uitleg over enkele van onze koorliederen, gedichten (al of niet koor-gerelateerd), een duidelijke uitleg van Arjan wat de stemdag nu eigenlijk inhoudt, en nog veel meer.

Veel leesplezier en..............blijf schrijven.

N.B. nog even dit: inleveren van kopij voor de RANDVERSCHIJNSELEN houdt niet automatisch in dat het ook geplaatst wordt. Ook kan het voorkomen dat een artikel wél wordt geplaatst maar pas in een later nummer!!

(Terug naar boven)


VOORZITTERSPRAAT

Het moest er dan toch eens keer van komen, een concert in Hellevoetsluis. Wij hadden een sterke bezetting om deze voormalige vestingstad te veroveren. Het is dan ook een geweldige overwinning geworden. Marten Smeding, Graziëlla Frerichs hebben net als wij de sterren van de hemel gezongen en wat te denken van het spetterende optreden van Jan Lenselink en dat allemaal o.l.v. Arjan. De Hellevoetsluisers, die er niet geweest zijn en dat waren er helaas nog al wat, hebben heel wat gemist. Overigens wil ik ook de mannen complimenteren die voor de opbouw en afbraak van het podium hebben gezorgd. Het was hier en daar wel wat improviseren, maar het is goed gelukt.

Wij maken ons nu op voor het Groot Mannenkoor Kerstconcert in de Groote Kerk van Maassluis en het Kerstconcert met Ben Kramer in Racketcentrum Halfweg in Spijkenisse.

Dit concert is een prachtig initiatief van een drietal leden van ons koor. Zij doen dit allemaal om ons koor nog eens extra op de kaart te zetten. Het is dan weliswaar geen eigen kerstconcert, maar wij zijn daar toch prominent aanwezig. Ik sluit mij van harte aan bij de oproep van Henk Merriënboer, gedaan in de Randverschijnselen van 24 augustus, om ondersteuning te verlenen wanneer daarom wordt gevraagd. Dit Kerstconcert verdient gewoon uw warme belangstelling en steun.

Zaterdag 28 oktober is het zover, dan komen onze stemmen aan de beurt. Arjan heeft inmiddels het belang hiervan uitgelegd en ook in dit nummer kunt u dat nog eens nalezen.

Ik denk, dat ik namens alle leden spreek, wanneer ik Gerard Mulder en Henk de Klerk een compliment maak over het `smoelenboek`. Het is een enorme klus geweest en het ziet er bijzonder goed uit.

Op naar de Kerst.

Cees Brons.
(Terug naar boven)

BESTE MEDEZANGERS

Het is eindelijk 23 september.

Om half twaalf heb ik afgesproken met Gerard en Anton voor het ophalen van het podium in Rockanje. Daar aangekomen stond Kees (Stolk) ons al op te wachten. in Hellevoetsluis stonden vele koorleden koor al te wachten,nl Heerco ,Jack ,Hans, Cees, Ruud, Paul ,Mas ,Ger Hans en Wil. (Ik hoop niemand vergeten te hebben), en samen hebben wij het podium opgebouwd. Om twee uur kwam de piano. Na koffie te hebben gedronken ben ik broodjes gaan bestellen voor dirigent en solisten. Het was inmiddels kwart over vier. Eerst kwamen Arjan en Jan Lenselink en twee minuten later zat Jan achter de piano. Mijn eerste gedachte was: ”wat kan die man spelen” Het hele gezelschap was om vijf uur aanwezig. De stemming was geweldig: ze hadden er allemaal veel zin in Dit zou mijn eerste avond worden als koormeester: Ik had de gastheren al in gelicht hoe ik er over dacht hoe het moest gebeuren Er waren meer zangers dan er opgeven waren, dus stoelen te weinig maar de gastheren Henk en Henk en Piet en Bas hebben dat voortreffelijk op gelost. Het koor stond na vijf minuten opgesteld precies zoals we afgesproken hadden.  Acht uur :,ik draag het koor aan Arjan over. De avond was voor mij een heerlijke belevenis. Er werd zeer goed gezongen, en ik was trots dat ik deze avond jullie koormeester mocht zijn.  Na afloop werd er door een hele grote groep koorleden alles weer in de auto gezet .De volgende dag zondag zijn Anton en ik samen de hele boel weg gaan brengen .  Al met al is voorzitter te zijn van de activiteit  commissie best leuk als je zoveel mensen achter je hebt staan die het ook zo leuk vinden om iets voor hun eigen koor te doen.

Het volgende feest is weer in Spijkenisse .

Jan Bonnier
(Terug naar boven)

SUCCES (met kleine kritische noten)

Wat een heerlijke avond was dat in de Petra Kerk van Hellevoetsluis. Een concertavond om niet te vergeten. De sfeer, muziek, solisten, het enthousiaste publiek maar bovenal de pianist van deze avond Jan Lenselink. Deze man begreep hoe hij een concert van een neutraal koor moet begeleiden. Een avond waar we met zijn allen trots op kunnen zijn. Na ons jubileumconcert van 2005 met Ernst Daniel Smit, wat een groot succes was, is het immers een hele opgave om die sfeer te kunnen evenaren.Maar dat is gelukt. Het publiek werd steeds enthousiaster. Het applaus steeds luider. Het programma zat goed in elkaar. Jammer dat “ Dank Sei der Herr” niet in het eerste gedeelte van het programma was geplaatst. Als uitsmijter past dat niet bij ons koor maar meer bij het Hollands Christelijk Mannenkoor of Prins Alexander . Het werd gelukkig door Jan Lenselink goed aangevoeld en die gaf er door zijn begeleiding een jazzy, boogie woogie- achtige sfeer aan. Hierdoor kreeg zelfs dit stuk een totaal andere lading. We waren haast in de zelfde fout vervallen als in 2005 waar Martin Zonnenberg na de “Dunkel rote Rosen” van Ernst Daniel Smit en het “Viljalied “ Uit de operette “Die lustige Witwe” veranderde in EO stemming door zijn Orgel improvisatie van “Het Gelukkige Land”.Een misser van de eerste orde. Arjan geeft steeds aan dat hij gek is van het instrument orgel .Dat is te begrijpen, want het is zijn vak. Maar ik hoop dat ook hij heeft aangevoeld dat het orgel in onze concerten niet goed past en dat hij verder Martin of Jan Lenselink alleen uitnodigt voor piano begeleiding. Laat het orgel over aan het Christelijk Mannenkoor H.C.M. of Prins Alexander.

Doordat het Concert in Hellevoetsluis plaats vond zaten er vele kennissen en vrienden van mij in de zaal. De zondag erna belden velen mij dat ze hadden genoten. Natuurlijk over het spel van Jan Lenselink maar ook waren ze onder de indruk van Cantique de Jean Racine. Men kende dit wel van gemengde of jongens koren. Maar juist het ingetogen zingen van de mannenstemmen was ontroerend en toch krachtig. Het Sanctus klonk mooi en van het Gloria krijgt het publiek nooit genoeg. Het Moon River klonk wel mooi, maar de meesten vonden het toch wel erg sloom en oubollig. Een mooie taak voor de muziekcommissie om nu te kijken naar muziek uit deze jaren en vooral te zoeken naar enkele uitsmijters voor de komende concerten in de trant en de sfeer van Bella Italia. Nog even wat over de opkomst: Net voor de vakantie had ik in de Randverschijnselen een discussie met Mevrouw Coby van Campen over de opkomst van leden bij kerkdiensten.

Hierbij was de stelling dat velen zich in de Kerk niet thuis voelen en daarom niet aanwezig waren. Dit gaat echter bij onze eigenconcerten niet op. Het viel dan ook tegen dat er van de 98 koorleden er maar 74 aanwezig waren. We weten al een jaar van te voren dat ons concert op 23 september zal zijn. Men kan daar dan toch rekening mee houden voor vakantie planning of andere activiteiten. Bij ziekte is er niets aan te doen maar verder moet men er toch zijn. Niet alleen de leden maar ook hun aanhang missen we in de zaal. In een zaal met veel publiek is toch leuker zingen dan voor lege stoelen. Bovendien is het ook financieel noodzakelijk om een groot publiek in de zaal te hebben anders is het organiseren van eigen concerten onmogelijk. Volgend jaar is Zuidland aan de beurt. Het bestuur durft nog al. Een grote kerk in een klein dorp. Waar moet het publiek vandaan komen? Of gaan we samenwerken met de plaatselijke fanfare? Nee toch zeker!

Hans Bremer
(Terug naar boven)

VAN DE P.R.-CIE

Een concert - zoals dat van zaterdag 23 september j.l. - vereist altijd de nodige voorbereiding. Gebruikelijke zaken, maar ook nieuwe ontwikkelingen moeten zo goed mogelijk verlopen, zoals het nieuwe systeem van kaartverkoop en het inzetten van gastvrouwen. Het bestuur zal de organisatie rond dit concert – zoals altijd - gaan evalueren; o.a. het aangeven van rijen, waar men een plaats krijgt, de kaartverkoop door 1 persoon (penningmeester), het werken met drie verschillende prijzen zal zeker onder de loep genomen worden en ook het inzetten van gastvrouwen. Leuk was de reacties van de 11 aanwezige gastvrouwen; ze hadden er geen enkel probleem mee om een taak toebedeeld te krijgen, soms na onderling overleg, en dat uit te voeren. Probleempjes die zich voor deden, werden opgepakt en zo goed mogelijk opgelost. De dames bleven rustig en opgewekt. Niet alles liep feilloos, maar ik was zelf toch wel tevreden. Ook dit onderdeel wordt geëvalueerd, zowel binnen het bestuur, als met de dames. Commissievoorzitters zijn altijd blij en gelukkig als ook niet-commissieleden zich spontaan melden of - op verzoek – een aandeel willen leveren aan de organisatie. Hans Bremer zorgde in de vakantietijd alvast voor kleine advertenties in de plaatselijke bladen, eter Hoevenaars leverde bij heel wat redacties op Voorne-Putten een zeer wervend stuk in over het concert; Leo van Kooij en Cor Kreft hadden een aandeel in de badges voor de gastvrouwen en (alweer) Hans Bremer liet ook nog eens vele relaties benaderen om toch vooral entreekaarten te kopen. Veel leden boden ook aan om in hun dorpen posters op te hangen. En er waren volop handen om het podium op te bouwen en weer af te breken. MANNEN, ALLEMAAL BEDANKT!!! En dan hoop je dat er veel bezoekers zullen komen. De bezoekers, die er waren, hebben volop genoten, afgaand op hun reacties. Marten en Graziëlla waren goed op dreef. Ook pianist Jan Lenselink wist met zijn pianospel de mensen bijna op de banken te krijgen. En hebben wij als koor een goede prestatie neergezet en daardoor voor een goede Public Relations gezorgd? Vanuit mijn positie tegen de achterwand kan ik dat niet zo goed beoordelen, dus dat moeten anderen maar aangeven. Ik heb er wel veel plezier aan beleefd.

Ger Beikes.
(Terug naar boven)

Uit het Weekblad “Groot Hellevoet”:

MOOIE MUZIEKAVOND MET RANDSTEDELIJK MANNENKOOR

Het Randstedelijk Mannenkoor (HRM) verzorgde afgelopen zaterdagavond een concert in de Petrakerk. Een flink aantal bezoekers - helaas was de zaal niet helemaal uitverkocht – werd getrakteerd op een mooie muziekavond met verschillende hoogtepunten. Uit het minutenlange applaus aan het eind van het evenement, dat twee uur duurde, sprak duidelijk de waardering van het muzikaal voldane publiek.

Het was de eerste keer in het zesjarig bestaan van HRM, dat Hellevoetsluis werd aangedaan voor een echt concert. Het programmaboekje sprak daarom van ‘het bestormen van de vesting Hellevoetsluis’. En het is beslist niet overdreven om te stellen, dat die vocale bestorming volledig is gelukt. Met een afwisselend repertoire lieten de tachtig zangers horen heel wat in hun mars te hebben. Het begin met de ‘Tebe Pojem’, een bede om vrede, klonk evenzeer indrukwekkend als ontroerend. Het vervolg middels het ‘Gloria’ van Vivaldi en het ‘Sanctus’ van Gounod was zeker zo sterk. Het zou te ver gaan om alle door HRM gezongen liederen te noemen. Echter speciale vermelding verdienen nog wel ‘Cantique de Jean Racine’ van Fauré en ‘Nessun Dorma’ van Puccini. Cantique werd prachtig homogeen uitgevoerd, met zuivere inzetten en een goede dynamiek. Nessun stond gewoon als het spreekwoordelijke huis. Zonder ook maar iets aan de prestaties van de HRM-zangers en hun dirigent Arjan Breukhoven af te doen, dient wel gezegd te worden dat zij de avond niet alleen maakten. De zangsolisten Marten Smeding (tenor) en Graziëlla Frerichs (sopraan), evenals de pianist Jan Lenselink leverden eveneens hun waardevolle aandelen. Voor veel toehoorders waren de optredens van Smeding en Frerichs even zoveel aangename feesten van herkenning. Beide in de regio woonachtige zangtalenten hebben in het verleden hun namen al afdoende gevestigd. Het was daarom genieten bij ‘Una fortiva lacrima’ en ‘Questa o quella’ door Smeding en ‘Du sollst de Kaiser meine Seele sein’ en ‘Summertime’ door Frerichs. De zaal viel bijna letterlijk helemaal voor een drietal duetten. Zeer aangenaam verraste Jan Lenselink de aanwezigen. Aangekondigd als een gewaardeerd begeleider bleek hij niet allen die discipline te beheersen, maar ook een begenadigd improvisator te zijn. Daarbij liet hij zijn vingers en bovendien zijn hele lichaam spreken. Met zijn unieke performance gaf hij een extra dimensie aan zijn optredens.

Het relatief jonge HRM heeft zaterdagavond bewezen in enkele jaren de status van volwassenheid te hebben bereikt. Het eerste echte HRM-concert in Hellevoetsluis klopte zowel muzikaal als organisatorisch van alle kanten.

Peter Hoevenaars
(Terug naar boven)

CORRECTIES SMOELENBOEK

Ondanks diverse controles zijn er toch enkele fouten opgetreden bij het maken van het smoelenboek.

U gelieve in uw boek de volgende wijzigingen aan te brengen:

1 e Tenor Aad Nieuwenhuizen moet zijn: Aad Nieuwenhuijzen

2 e tenor Mas Haverhoek email adres moet zijn: mago@planet.nl

2 e tenor Ap Strijdhorst email adres moet zijn : Apstr@hetnet.nl

Bas Heerco Steen email adres moet zijn : steen01@planet.nl

Bas Peter Hoevenaars email moet zijn: pjhoevenaars@planet.nl

2 e tenor Paul van Grevenbroek: lid sinds 23-10-2003 moet zijn 03-11-2004

2 e tenor Ruud Glimmerveen email adres moet zijn: ruudglimmerveen@chello.nl

Graag e.e.a. aanpassen.

Verder vindt Mas Haverhoek het leuk als jullie zijn website eens bezoeken, t.w.:

htpp://home.planet.nl/~mago.

Vriendelijk verzoek om uw eigen gegevens in het smoelenboek kritisch te bekijken, (tik)fouten te corrigeren en deze aan mij door te geven zodat ik e.e.a. kan corrigeren. Hierdoor houden we dan een correct smoelenboek in stand.

Gerard Mulder
(Terug naar boven)

Raadsel:

Wat is het verschil tussen

a. Het Hollands Christelijk Mannenkoor

b. Het Christelijk Mannenkoor Prins Alexander

c. Het Neutraal Randstedelijk Mannekoor
(Terug naar boven)

HERSENSPINSELS?

De muziekmappen zijn weer aangevuld met de nummers 51 - 52 en 53 en in de “Kerstmap” zijn dat de nummers 26 en 27. Bij sommige liederen die al wat langer in de map zitten en enkele nieuwe werken blijf ik het gevoel houden dat zij toch bij een ander koor horen, b.v. Staphorster Mannenkoor of Urker Mannenkoor. Ik wil absoluut niet negatief of onrederijk zijn hoor, maar mijn indruk is dat het EO-gehalte van ons repertoire toeneemt en dat kan toch eigenlijk niet de bedoeling zijn van een “groot algemeen mannenkoor” met een neutraal karakter, zoals op de site staat? Als men het niet met mij eens is dan lees ik dat in de volgende RANDVERSCHIJNSELEN wel. Of we spreken elkaar daarover tijdens repetitieavonden. Zoiets, vind ik, is wél zo democratisch. Jaren geleden werd een enquête gehouden waarin men kon melden welke soort muziek men graag in de map wilde zien. Mijn indruk toen was dat die enquête gold voor de eerste vijf á zes jaren, maar zeker niet voor de komende tien jaren. De werken van J.S. Bach No.23 “Preis und Lob” deel één en twee en No. 11 Richard Wagner’s “Pelgrimskoor” zitten al veel langer in de map en die zijn niet één, twee, drie ingestudeerd lijkt mij, dus hebben die de volle aandacht nodig. Voorlopig voldoende werk dus.

Gerard Streefkerk
(Terug naar boven)

DE MAASVLAKTE OLIETERMINAL

Dit is het slot van een drieluik over de Rotterdamse haven. In eerdere artikelen hebben we kunnen lezen over ''De ontwikkeling van de Rotterdamse haven'' en ''Het transport van ruwe olie naar Rotterdam''. Dit keer neem ik een bedrijf in de haven onder de loep. Het bedrijf waarover ik mijn licht wil laten schijnen is de Maasvlakte Olie Terminal,kortweg de M.O.T. Dit bedrijf slaat ruwe olie op dat in tankers wordt aangevoerd, merendeels supertankers. De M.O.T. is een joint venture, zeg maar een samenwerkingsverband tussen 6 raffinaderijen en terminals. De aangevoerde olie op dit terrein wordt opgeslagen in 36 reusachtige tanks welke een doorsnee hebben van ruim 80 meter en een hoogte van 22 meter. Wanneer alle tanks geheel gevuld zouden zijn,wat in de prakijk zelden of nooit voorkomt,zou er 4.3 miljoen kubieke meter in voorraad zijn. De 6 bedrijven in de Europoort en de Botlek die deel uitmaken van deze joint venture en hier hun voorraad opslaan hebben alle hun eigen pijpleiding naar de M.O.T. Zij kunnen op afroep zo hun eigen olievoorraad aanspreken. Er loopt zelfs een pijpleiding van de M.O.T naar de Total raffinaderij in Vlissingen. Wanneer zo'n supertanker, in jargon (vlcc = very large crude carrier), de lossteiger van de M.O.T. nadert,begint er een nauwkeurig karweitje,namelijk het afmeren van zo'n kolos. De M.O.T. gebruikt hiervoor een geavanceerd afmeersysteem op basis van lasertechniek. De loods en de gezagvoerder van de tanker kunnen op elektronische borden aan de wal zien wat de afstand van de tanker tot de steiger is. Ook geeft een signaleringssysteem aan of de naderingssnelheid binnen de veilige marges valt. Dit natuurlijk in samenwerking met de sleepboten die het gevaarte naar de wal manoeuvreren .Men zal begrijpen, als zo'n mammoet met vaak meer dan 350.000 ton ruwe olie in haar tanks met te grote snelheid in contact komt met de lossteiger,de gevolgen in een aantal opzichten een ramp kunnen betekenen. Als zo'n schip tenslotte afgemeerd ligt kan het lossen beginnen. Het duurt 24 tot 48 uur,al naar gelang de grootte van de tanker, voordat het schip leeggepompt is in verscheidene van de 36 tanks. Jaarlijks brengen ongeveer 250 tankers hun lading naar deze terminal, die voor Rotterdam een smak aan havengeld in het laatje brengt Nee, de M.O.T. is geen bedrijf waar dagelijks spectaculaire dingen gebeuren, maar het is wel een stille kracht in de Rotterdamse haven.

Ruud Glimmerveen.
(Terug naar boven)

 IN GESPREK MET..........GER BEIKES (2)

Later werd Ger overgeplaatst naar Nunspeet (parate hap). Omdat hij handvaardigheid ging studeren in Doetinchem werd hij overgeplaatst naar de Oranjekazerne in Arnhem. (dichter bij huis) In het najaar van 1969 moest Ger op oefening bij Hohne in Duitsland. (vredesoefening) Van daaruit heeft hij gesolliciteerd naar een baan in Spijkenisse. Ger is in januari 1970 benoemd tot onderwijzer aan de Koningin Wilhelminaschool in Spijkenisse Noord. Voorafgaand aan de start zijn Ger en Tilly in december 1969 getrouwd. Hun eerste woning was in de Marrewijkflat. In 1973 werd Ger Hoofd van de Meteoriet aan de Copernicuslaan (Spijkenisse) In dat jaar zag hun eerste kind (Lysbeth) het levenslicht. In 1975 verhuisde het gezin Beikes naar Beverveen in Spijkenisse.

Een jaar later werd Marloes geboren. Het gezin was compleet. Daarna volgden nog benoemingen aan De Horst in de wijk De Hoek en vervolgens De Opmaat in Vogelenzang Noord. Het waren steeds nieuwe scholen die opgezet moesten worden. Sinds 1996 werkt Ger op de Akkerwinde in de wijk de Akkers. Na een fusie in 2000 met een andere basisschool besloot Ger een punt te zetten achter zijn directeursschap. Dit heeft hij in totaal 28 jaar gedaan. Naast zijn activiteiten in het onderwijs was Ger ook heel bedrijvig op sportgebied. Medio 1976 heeft Ger aan de wieg gestaan van de tennisvereniging LTC Spijkenisse. Deze vereniging werd uiteindelijk op 26 mei 1977 opgericht. Op dat moment was Ger voorzitter van een ‘papieren’ vereniging. Vanaf dat moment begon het pas echt. Een tennispark, samen met hockeyvelden, had de gemeente gepland. Samen met de hockeyvereniging werd besloten een clubgebouw te realiseren. Vele vergaderingen, vaak tot diep in de nacht, werden hieraan besteed. B.v. uren praten over een biermerk. Eigenlijk te zot voor woorden. Uiteindelijk werd het wel allemaal gerealiseerd. Ook moest er nog een tennisleraar gezocht worden voor deze jonge vereniging. Dat werd (na zware onderhandelingen) Henk van Merriënboer. Ger had in die tijd ook zitting in de Sportraad en vanuit het onderwijs had hij zitting in de Schoolraad. Allemaal bestuurlijke functies.

18 jaar lang is Ger in allerlei commissies actief geweest binnen de tennisvereniging. Tussendoor bleek er ook nog tijd om wat te tennissen. Er werd zelfs zo goed getennist dat diverse kampioenschappen gevierd konden worden. Samen met Tilly, Ditte en Gerard Mulder en Nellie en Jan Bonnier werden deze prestaties geleverd. Dit alles heeft geleid tot een Erelidmaatschap van de LTC Spijkenisse. Nu de kinderen uitgewaaierd zijn (er zijn ondertussen 3 kleinkinderen) neemt de caravan een nog belangrijkere plaats in. Lange vakanties, vooral in Frankrijk, worden gevuld met fiets- en wandeltochten. De Mont Ventoux is verschillende malen ten prooi gevallen aan zijn honger naar ‘het ultieme’. Luieren lukt overigens ook. Maar ook de tijd doorbrengen met kinderen en kleinkinderen zijn onmisbare momenten. Sinds december 2002 is Ger lid van Het Randstedelijk Mannenkoor. Ook hier heeft hij zijn weg alweer gevonden. Bestuurslid en voorzitter P.R. commissie. Veel tijd is er vorig jaar gestoken (samen met anderen) in het Jubileumjaar met als hoogtepunt de reis naar Keulen.

Er zullen hopelijk nog vele plezierige jaren volgen.

Henk van Merriënboer
(Terug naar boven)

Koorleden,

Is je smoking te klein geworden of juist  te groot, dan is er een prachtig exemplaar maat 54 te pas bij Arie van der Stelt tijdens de repetitieavond .

PETRAKERK 23 SEPTEMBER 2006 

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik een geweldige avond heb gehad. Allereerst door het koor: wat is de performance gegroeid sinds het laatste concert waar ik bij was! De dynamiek in stukken is veel beter uitgewerkt, vooral heel opvallend in Tebe Pojem. Het “pianissimo”zingen in het Sanctus en Moon River was prachtig, vooral ook de inzetten in het Sanctus waren heel erg mooi. Natuurlijk waren er ook stukjes waarin iets van onzekerheid klonk; het Cantique de Jean Racine van Fauré begon wat onzeker, maar groeide snel en dat gold ook voor Nessun dorma in iets mindere mate. Jan Lenselink was weergaloos bezig. Zijn manier van begeleiden was heel origineel en voegde veel toe aan de nummers. Ook zijn improvisaties waren geweldig. Marten Smeding stal de show met zijn humor en de manier waarop hij zong; de keuze van de nummers droeg hier ook sterk aan bij. De duetten met Graziëlla waren leuk, want ook zíj heeft goed gezongen. (Ik hou niet zo van sopranen, maar dat is míjn fout) Het slotnummer kon ik ook van harte beamen: “Dank sei Ihr Herren”voor een geweldige avond.

Ruth Roest-Stolk *)

Mevr. Roest is de dochter van “onze” 2 e tenor Kees Stolk. Ze is zelf professioneel met muziek bezig, o.a. als koordirigente. Iemand dus die weet waarover ze het heeft!
(Terug naar boven)

IEDER NADEEL HEB SE VOORDEEL.

át was een forse tegenvaller op die zaterdag de 23 september! De jaarlijkse uitvoering van ONS koor, en dan een keelaandoening die alleen rasperige geluiden toestaat. Dat kun je je zangmaten niet aandoen. Gelukkig was ik nog wel in staat om te sjouwen en op andere manieren dienstbaar te zijn, maar zingen, ho maar! Dit gaf me natuurlijk wel een enorme kans om eens als toeschouwer een concert van HRM mee te maken, en ik moet zeggen: Dat viel me niet tegen! De “generale” verliep al erg goed in mijn ogen, en dan ben je altijd bang voor de échte uitvoering, maar die angst bleek voorbarig: Ik heb die avond GENOTEN. Nadat ik bij ons vorig concert toch min of meer teleurgesteld naar huis ging werd ik nu steeds opgewondener van enthousiasme. Arjan had het al gezegd:Jan Lenferink is een klasse-begeleider. Daar was niets te veel mee gezegd: deze man tilde het koor en de solisten naar een hoger nivo. Ik zag aan de zangers om hem heen dat ze genoten van zijn optreden, en dat straalden ze ook uit naar medezangers, solisten en publiek. Als klein minpuntje vond ik zelf het voorspel tot Panis Angelicus: hier won de virtuositeit het – vind ik – van de muzikaliteit; het had van mij wat ingetogener gemogen, maar smaken verschillen nu eenmaal. Het koor was groots, de solisten waren beter dan ooit. Ook werd ik weer getroffen door de perfecte wijze waarop Arjan de solisten begeleidde: Klasse! In één woord: een wereldavond; zelden werd ik door aanwezige kennissen zo gecomplimenteerd....en ik had niet eens méégezongen.

Alleen maar positief nieuws dus? Nee, er waren ook wel wat kleine minpuntjes; de blik van herkenning tussen sommige zangers en “hun”publiek was soms wel erg uitbundig. Ook stoorde het mij dat een enkeling op de maat van de muziek stond meet te deinen: dat hoort toch niet? En ik verbaasde mij er over dat sommigen hun boek zo hoog houden dat het publiek alleen een kuif er boven uit ziet komen. Volgens mij hoor je de bijhorende stem dan ook niet. Wellicht kan een opticien iets betekenen? (Weet iedereen trouwens dat er van alle partijen grote letter-uitgaven beschikbaar zijn?) Het was een openbaring om het koor eens van “buitenaf” te zien; wellicht zou iedereen dat eens moeten doen. Ik hield er een blij gevoel van over.

Anton van Dijk.
(Terug naar boven)

WEER HOGERE OPBRENGST LOTTO

In het derde volledige seizoen van de HRM-lotto was de opbrengst hoger dan ooit. Liefst tweeënveertig donderdagavonden werd het spelletje gespeeld. Telkens konden de regelaars een volle bak noteren, zodat de penningmeester van het seizoen 2005/2006 het mooie bedrag van euro 1.260,-- als ‘Opbrengst Lotto’ mocht noteren. De winnaars van het afgelopen verenigingsjaar waren: Cees van Mil, Cees van Mil, Cees van Mil, Henk van Merriënboer, Gerard Streefkerk, Mas Haverhoek, Cor Spiering, Henk van Merriënboer, Tonnie Streefkerk, Jan Vletter, Henk van Pelt, Hans Spiering, Cees van Mil, Jan Versteeg, Hans Spiering, Henk van Merriënboer, Jaap van Koppen, Gerard Streefkerk, Andre Bok, Bas Slooter, Cees Brons, Cor Rijsdijk, Maarten de Hek, Henk Bergwerf, Wim Sloendregt, Cor Rijsdijk, Hans Spering, Ger Beikes, Roel Savert, Ap Strijdhorst, Cees Brons, Cor Rijsdijk, Cor Spiering, Henk Ketting, Jaap van Koppen, Bas Slooter, Anton van Dijk, Jan Bonnier, Roel Savert en nog drie anderen van wie de namen niet meer te achterhalen zijn. De HRM-lotto wordt ook tijdens het seizoen 2006/2007 op elke repetitieavond gespeeld. Meedoen is mogelijk winnen, maar in elk geval bijdragen aan een extra bron van inkomsten voor het koor.

Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)

52 ANTHEM

Chess wordt door velen gezien als de musical met de mooiste muziek en het schrijnendste liefdesverhaal. De ABBA-mannen Björn Ulvaeus en Benny Andersson schreven de prachtige muziek en Tim Rice, bekend van o.a. ‘The Lion King’, ‘Aida’ en ‘Jesus Christ Superstar’, de tekst. Net zoals de musical Mamma Mia, zal het wereldwijde succes van Chess ook in Nederland een hit worden! Een schaak-tweekamp tussen twee grootmeesters vormt het decor voor deze meeslepende musical over de onmogelijke liefde tussen de Russische schaker Anatoli en de Amerikaanse Florence. Zij is de geliefde van Anatoli’s tegenstander, de extravagante en opvliegende Amerikaanse grootmeester Freddy. Als de Rus overweegt over te lopen naar het Westen, beseft hij dat hij zijn familie nooit meer terug zal zien. De KGB-agent Molokov probeert de Rus te overtuigen mee terug te gaan. Anatoli neemt dan een beslissing die voor alle partijen verregaande gevolgen heeft.

AvD
(Terug naar boven)

INTERMEZZO

Arjan Breukhoven:

‘Geen dag zonder Bach’

Voor Arjan Breukhoven zijn de composities van Johann Sebastian Bach het begin en het einde van de muziek. Hij speelt tijdens orgelconcerten graag werk van de Duitse componist. ‘Geen dag zonder Bach’ is een gevleugelde uitdrukking van de toonkunstenaar uit Rotterdam. ‘Tijdens een concert vind ik het leuk om aan mensen uit te leggen waarom ik een muziekstuk speel en waar ze op moeten letten. Als ik op het orgel een bepaalde toccata van Bach speel dan vertel ik dat er twee lange pedaalsolo’s in voorkomen. Tijdens een concert werk ik met een beamer zodat het publiek beneden in de kerk precies kan zien wat ik boven doe. Ik zoem dan bijvoorbeeld in op het ‘voetenwerk’. De interactie met het publiek is voor mij belangrijk. Het spreekt mensen aan als je als organist, pianist of dirigent emoties toont. Ik merk dat het mensen iets doet als ik vertel dat ik een paar jaar geleden met tranen in mijn ogen bij het graf van Bach stond.’ Getallen symboliek Arjan legt uit dat volgens sommige deskundigen de muziek van Bach gecomponeerd is aan de hand van een verborgen getallen symboliek. Maten, noten, thema-inzetten, voortekens, woorden en zelfs letters zijn geteld, de uitkomsten onderworpen aan allerlei mathematische bewerkingen. Twee Nederlandse musicologen beweren dat Bach in zijn composities een code heeft gebruikt die berust op de rangnummers van de letters uit het alfabet. In het Latijnse alfabet dat in de achttiende eeuw in Duitsland werd gebruikt wordt Bach verbonden met het getal 14 (2 + 1+ 3+ 8).‘Die symboliek spreekt mij wel aan, ik heb iets met getallen. Een dag na mijn 41ste verjaardag stond ik bij het graf van Bach in de Thomas Kirche in Leipzig. We waren daar om een concert te geven en ik was als eerste in de kerk om in alle rust even op die plek stil te staan. Bach was er organist van 1723 tot 1750 en componeerde daar de Matthäus Passion. Daar sta je dan als Rotterdams jongetje…’ Muziek als kunst De basis voor zijn muzikale carrière werd gelegd toen hij negen jaar was en smoorverliefd werd op een buurmeisje dat orgelles kreeg.‘Ik stapte in bij les vier, zij stopte na les 44 en ik ben door gegaan. We kregen les bij de bekende muziekhandel van Johan de Heer op het Oostplein in Rotterdam. M’n vader ging altijd met me mee; hij stimuleerde mij enorm. We hadden thuis ook een orgel, waarop ik na schooltijd oefende en vooral veel improviseerde. In die tijd waren radio-uitzendingen van orgelmuziek populair. Mijn vader nam alles op cassetteband op en ik speelde het na; kunst is iets wat je veel moet doen. Dat vormt je. Muziek is, net als schilderen, een kunst. Daar ben ik van overtuigd.’

Zo jong als hij was droomde Arjan al van een muzikale toekomst; het liefst wilde hij naar het conservatorium. ‘Ga maar hard oefenen, jongen’, zei zijn vader en dat deed hij ook. Direct na de middelbare schooltijd werkte hij een blauwe maandag als kassier bij een bank. Daarnaast kreeg hij orgelles van Jan Brandwijk, die hij nog steeds als zijn geestelijke vader in de muziek beschouwt. De docent bracht hem de liefde voor het orgel bij en wist hem enthousiast te maken voor het instrument. Tijdens het toelatingsexamen voor het conservatorium liet hij zien wat hij kon en hij werd direct toegelaten. Als hoofdvakken koos hij voor orgel en kerkmuziek, daarnaast stonden koordirectie, zang, improvisatie en piano op zijn programma. Hij ging er ‘fluitend’ doorheen, was er op zijn plaats en leerde er vooral de discipline op te brengen om vele uren per dag te studeren.

Regelen en organiseren

‘Dat doe ik nog steeds. Iedere dag. Ik sta vroeg op, ontbijt met mijn gezin en doe wat huishoudelijk werk. Om kwart voor negen zit ik in m’n studeerkamer. Dan ga ik dingen regelen, organiseren en vooral ook studeren. Thuis op het orgel en de piano, of in de kerk. Als ik iets doe wil ik het voor honderd procent goed doen. Ik heb een hekel aan fouten, ook tijdens repetities. Als er iets mis gaat kan ik behoorlijk sikkeneurig zijn. Het is een beetje een nare eigenschap hoor. Maar ik ben nogal perfectionistisch, in alles.’

Koordirigent

Op zijn website (www.arjanbreukhoven.nl ) is precies te lezen wat hij allemaal doet. Naast de uitgebreide concertagenda zijn er tv-opnamen en werkt hij aan cd-producties. Als componist is hij bekend door zijn vele composities voor koor, orgel en andere instrumenten. Al bijna 20 jaar heeft hij ervaring als koordirigent. ‘Elk koor heeft zijn eigen identiteit. Het is een uitdaging om muziek uit te zoeken die past bij het koor. Ik vind het inspirerend om met nieuwe dingen te komen, zelf muziek te bewerken. De muziekkeuze en de concertprogramma’s zijn als het ware de ‘handtekening’ van de dirigent.’

Arjan ziet de koorleden als zijn ‘muziekvrienden’ en hij wil ook graag weten hoe het met ze gaat. ‘Vanuit mijn geloof probeer ik duidelijk te maken wie ik ben. Niet door mensen met bijbelteksten om de oren te slaan, maar vooral door samen dingen te doen. Dat maakt mijn werk zo boeiend; aan de ene kant ben ik een deel van mijn tijd eenzaam bezig, aan de andere kant werken we samen aan een product en genieten we van muziek.’

Hanneke Schouten.
(Terug naar boven)

OP DE VINGERS GETIKT.

In plaats van het bekende bemoedigende schouderklopje werd ik deze keer door 2 koorleden stevig op de vingers getikt. Beiden hadden (opbouwende) kritiek op het stuk van Ruud Glimmerveen over de eredivisie. Allereerst Ruud zelf: Wat is er gebeurd: in mijn onschuld en behoefte om de Nederlandse taal zo goed mogelijk te gebruiken heb ik argeloos het advies van mijn elektronische spellingscorrector gevolgd en alle in Ruud’s stuk weergegeven namen Fe y enoord veranderd in Fe ij enoord. DAT WAS FOUT. Toen Feyenoord in de 70-er jaren aan de weg timmerde en dus Europese bekendheid kreeg bleken veel buitenlanders moeite te hebben met het uitspreken van “Feijenoord”. Dit was voor de leiding van de club aanleiding om de naam te veranderen in “Feyenoord”, wat kennelijk minder uitspraakproblemen gaf. Dus: de club heet “Feyenoord” en de wijk heet “Feijenoord”.

Sorry, Ruud.

En nu maar hopen dat ze aartsrivaal Aajaks snel inhalen!

Dan de opmerkingen van Peter Hoevenaars (zie verderop):

Hij heeft zich verbaasd over bovengenoemd artikel over voetbal in een verenigingsblad als de RAND-VERSCHIJNSELEN. Zijn redenering is m.i. juist en tóch..... Een gezonde vereniging is er bij gebaat dat de leden elkaar wat beter kennen dan alleen dat grijze hoofd op rij 3 bij de tenoren. Dát was voor de redactie vorig jaar de reden om uit te roepen: “Laat eens wat van je horen”. Gelukkig werd daar ruim op gereageerd, niet alleen met koorverwante artikelen, maar ook met andere uitingen van hobbij-isme, wat m.i. erg interessante stukjes opleverde. Het gaat ons echter niet zozeer om de stukjes zelf – hoe interessant soms ook – maar om de vent er achter, en die komt zo wellicht nog beter uit de verf dan door een interview. De meningen over deze niet direct aan het verenigingsleven gerelateerde inzendingen zijn dus verdeeld. Ik ben benieuwd hoe de andere koorleden daar over denken. Laat úw mening eens horen via een e-mailtje (abvandijk@chello.nl), een telefoontje (0181-638900), een kattebelletje of een opmerking tijdens de repetitiepauze. Uw mening telt!

Anton van Dijk.
(Terug naar boven) 

GEDICHT

Een diep gezonken bas, zei tot zijn zangersmaat Moet je horen het geluid van die tenoren’t lijken wel zangers van de straatMaar een tenor sprak uit de hoogteTot de diepgezonken bas’t geluid wat jullie laten horen klinkt in mijn oren als gekras De dirigent riep: jongens stop!En sloeg de maten op hun kopZij beiden schreeuwden, en ’t is heusTezamen klonk dat harmonieus Wat valt hieruit dan wel te leren?Wel dit : noch bas tenor of baritonKunnen op zichzelf presterenDaarom deez‘ goede raad van ( elf )De een achtte de ander uitnemender dan zichzelf

Arie Pronk
(Terug naar boven)

VOETBAL IN RANDVERSCHIJNSELEN

Met enige verwondering volg ik (oud redacteur) de ontwikkelingen met betrekking tot het HRM-verenigingsblad ‘Randverschijnselen’. Verbaasd ben ik niet, dat de huidige redactie de gang van zaken in toenemende mate naar de eigen hand heeft gezet. Ook in dit geval geldt natuurlijk : ‘Nieuwe heren, nieuwe wetten’. En toegegeven…., de nieuwe heren doen het bepaald niet slecht. Elke aflevering ziet er gelikt uit en bevat veel interessante leesstof. Desondanks neem ik de vrijheid tot het plaatsen van een kanttekening. In mijn beleving moet de inhoud van een verenigingsblad gaan over wat er in of met de vereniging gebeurt. En wel in redelijke ruime zin, zodat het ook over de leden en hun naasten kan gaan in relatie tot het verenigingsgebeuren. Echter wat moet ik in Randverschijnselen met de zoveelste voorbeschouwing op het seizoen 2006-2007 van de eredivisie betaald voetbal? Geen misverstand, Ruud Glimmerveen. schreef er een goed verhaal over, maar voor het HRM-blad vind ik het onnodige bladvulling. Het zal toch ook niet gebeuren, dat de redactie van het clubblad van de voetbalvereniging Spijkenisse een voorbeschouwing opneemt van het seizoen 2006/2007 van het Rotterdams Filharmonisch orkest?

Het voetbalartikel van Ruud Glimmerveen. is slechts een voorbeeld, doch sprong er wat mij betreft echt uit. Uiteraard ga ik niet in de schoenen van de huidige redactie staan. Wel hoop ik, dat mijn kanttekening een opening kan zijn voor een opbouwende discussie over het onderwerp ‘Inhoud Randverschijnselen’. Ik maak van de gelegenheid gebruik om in het kort ook te inhoudelijk te reageren op het artikel van Ruud Glimmerveen. Hij schreef onder meer: “De Tour de France is voor mij pas leuk als er Nederlandse successen zijn” en “Het zegt mij niets als een buitenlander voor de Nederlandse Rabobankploeg een rit wint; ik word er niet warm of koud van. We glunderen pas als Dekker of Boogerd wint. Wij zijn en blijven een chauvinistisch volkje nietwaar?” Maar beste Ruud, kan jij dan wel volop genieten van de wedstrijden in de eredivisie met teams, die voor de helft of meer uit buitenlanders bestaan?

Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)

ARJANS OVERPEINZINGEN

 Stemdag in Spijkenisse

 Dat wordt een hele leuke dag, een verrassende dag, zaterdag 28 oktober aanstaande. Al meerdere keren heb ik zo’n zogenaamde stemdag meegemaakt bij mijn andere twee koren. Wel vermoeiend eerlijk gezegd, maar dat geeft niet. ’s Morgens om ongeveer 10.00 uur komen de eerste mannen en de laatste zullen zo om een uurtje of vier vertrekken. Op één dag beluisteren we een kleine 100 verschillende mannenstemmen. Wat is nu precies de bedoeling van die dag? Je begrijpt dat als je zo’n honderd leden hebt je als dirigent best wel eens benieuwd bent welk ‘materiaal’ je voor je hebt. Ik hoor jullie al roepen in koor: ‘klasse spelers !!!’. ‘Tuurlijk !’ zal mijn antwoord zijn. Maar ik bedoel eigenlijk individueel. Er zijn koorleden die het heel erg belangrijk vinden om iemand naast zich te hebben die heel erg zeker is van zijn partij. Dat zingt toch veel lekkerder samen. Je hebt gewoon steun aan elkaar. Daar heb je gelijk in. Daar zijn wij dus ook naar op zoek: wie heeft steun nodig en wie is een steunpilaar. En wat kunnen we ermee om de kwaliteit weer op een nog hoger peil te krijgen. Wat gebeurt er die dag. We zullen niet als koor aan de slag gaan, maar meer in een klein groepje en individueel. Niet eng, hoor, slaap maar gerust! We komen in groepjes van 4 mannen binnen. Het liefste van elke partij één (zolang de voorraad strekt). We zingen wat en laten het één en ander horen van ons kunnen. Moet je iets voorbereiden thuis? Nee hoor, er ligt een stukje muziek wat we allemaal goed kunnen zingen, en dat zingen we ook even vierstemmig, met pianobegeleiding en ook zonder. Ik denk aan Tebe Pojem of iets in die geest. Dus de map kan thuis blijven. Als je dan gezongen hebt en we zijn klaar, dan vul ik een formuliertje in op naam wat ik bewaar als naslagwerkje (een kopie gaat de archiefkast in van het koor). Je begrijpt ook wel dat als er honderd zangers langs zijn geweest ik geen idee meer heb hoe ‘nummer’ 43 klonk. Op dat formulier staan zaken als klankkleur, ensemblevaardigheid (kan je je partij blijven zingen, terwijl de rest zijn eigen partijtje zingt), ademhaling, houding, etc.. Is dit geheim? Nee, zeker niet. Wat opgeschreven wordt dat wordt direct gezegd. Dus we hebben zeker geen geheimen voor elkaar. Nu doe ik dat allemaal niet alleen. Ik zie een dirigent, mijzelf ook, altijd als een soort allrounder. Moet de slagtechniek beheersen, je moet alles dus begrijpelijk kunnen aangeven wat muzikaal in je kop zit, maar hij moet ook weten waar hij mee bezig is als het gaat om de zangkunst. Daarom heb ik ook zo’n 6 jaar zang gestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium bij Rina Cornelissens. Nu heb je ook mensen die echt gespecialiseerd zijn in zangtechniek. Zo’n persoon heet, in ons geval, Harjo Pasveer. Niet een kleine jongen overigens. Hij begon, hoe bijzonder, als pop/jazz drummer in een band en groeide uit tot hoofdvakdocent zang aan het Rotterdams Conservatorium, gastdocent aan de rockacademie in Tilburg en aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en, of dat niet genoeg is, is hij ook gastdocent aan ‘Escola de Musica Superior’ in Porto (Portugal). Hij werkt ook heel vaak mee aan concerten overal in het land en daarbuiten. Ach, kijk even op www.harjopasveer.nl dan weet je al wat meer van hem als je beschikt over internet.

Wat ik in die man heel erg waardeer dat hij subliem met groepen amateurs, zoals wij dus, kan omgaan. Hij weet met weinig heel erg veel te zeggen. Als je tijdens zo’n stemdag langskomt, dan krijg je ook adviezen als dat nodig is. Zoiets als over houding (‘doe dit of dat eens en je moet eens kijken wat een plezier je er aan hebt’), of over stemgebruik (‘zing nu eens zo…. moet je zien wat een verschil!!!’). Het kan zomaar eens enorm leerzaam zijn. Let maar eens op! Mannen, ik druk jullie wel op het hart dat deze stemdag absoluut geen examen is. Je zult nooit en te nimmer van het koor af moeten. Daar is het nu juist niet om begonnen. Alleen maar: welk materiaal hebben we en hoe kunnen we de meeste en snelste progressie maken met dat wat we hebben. Dus zorg dat je er bij bent, bij de stemdag!

Arjan Breukhoven
(Terug naar boven)

 Prijsvraag

Er bleken nog enkele limericks onder het stof te liggen, die zeker de moeite waard waren om in de openbaarheid te treden:

Er zijn zangers die op warme dagen

Onbeschaamd hun normen verlagen

Met blote knieën repeteren

Dat kan hen helemaal niet deren

Maar ik kan het aanzicht niet verdragen.

Hét mannenkoor op Voorne en Putten

Moet het hebben van mannen die vutten

Echter de wat oudere heren

Kunnen nog heel goed presteren

Door hun talenten volledig te benutten.

Bij de CD-opname in Berkel en Rodenrijs

Gingen de regelaars niet over één nacht ijs

Ook na de harde nies van Jan

Sloeg de vlam niet in de pan

Arjan Breukhoven was slechts even van de wijs.

Arjan uit de polder Alexander

Is een dirigent als geen ander

Hij doet het bekwaam

En zeer aangenaam

In zijn vak is er geen bijdehander.

Peter Hoevenaars
(Terug naar boven)

LIED NR. 28

Ferme jongens, stoere knapen” (oorspronkelijk””wakk’re knapen) zijn de beginwoorden van een inmiddels als wat oubollig gezien lied uit “Kun je nog zingen zing dan mee”. Woorden van Jan Pieter Heije, muziek van Johannes Josephus Viotta, beiden arts te Amsterdam. Op muzikaal gebied hebben ze ons nog meer nagelaten: ook de zil’vren vloot en de maan die door de bomen schijnt zijn van Heije, terwijl ook Viotta een zeer aktieve componist van hoofdzakelijk vocale muziek was.

Henk Weltevrede.
(Terug naar boven)

ORGELCONCERT IN MAASSLUIS

Op zaterdag 4 november a.s. zal in de Groote Kerk van Maassluis een internationaal orgelconcert worden gegeven. Het schitterende, oorspronkelijk uit 1732 stammende Garrels-orgel, zal worden bespeeld door Arjan Breukhoven. Bijzonder is dat de verrichtingen van de organist op een groot scherm in de kerk te zien zijn. Het thema van dit concert is “Een muzikale wereldreis”. Het programma zal bestaan uit populaire orgelwerken en transcripties van klassieke thema’s uit de hele wereld en improvisaties over internationale melodieën. Het concert begint om 20.15 uur. De toegangprijs is € 6,- en kinderen t/m 12 jaar € 3,-.
(Terug naar boven)

KNIELEN OP EEN BED VIOLEN

Misschien een vreemde titel om dit stukje mee te beginnen maar zij die van lezen houden hebben misschien dit boek welke in 2005 de AKO literatuur prijs heeft gekregen, gelezen. Het boek gaat over het ouderlijk gezin van de schrijver Jan Siebelink. Dit gezin uit de 50er jaren gaat totaal ten onder aan het geloof. Het gaat zelfs zo ver dat de vader op zijn sterfbed zijn vrouw en zijn zoon niet in zijn nabijheid mag hebben. De volgelingen in geloof verbieden dat. Een werkelijk schitterend geschreven boek waar het verhaal een diepe indruk achterlaat. Hoe is het mogelijk dat dit in deze tijd nog kan gebeuren. Waardoor kom ik nu op dit verhaal. Ik moet er aan denken nu we deze weken ons kerst repertoire instuderen. De laatste weken ga ik met tegenzin naar de repetitie, het geen mij eigenlijk nooit overkomt. Maar de liederen die we nu instuderen vind ik niet fijn. Het brengt mij in de sfeer van Jan Siebelink. Als niet kerkelijk zing ik al jaren de christelijk getinte stukken mee maar soms is het te veel van het goede. Zo heb ik bij het stuk “Laat het stil zijn “ de neiging om te gaan zitten en niet meer mee te doen. Met alle respect voor diegene die het mooi vinden en dit niet zo voelen, hoeft het voor mij niet . Alles wat in mij zit verzet zich tegen deze melodie en tekst. Prachtig voor het Holl.Christelijk Mannenkoor maar niet voor een neutraal koor. Ik begin mij echt af te vragen wie dit nu op het repertoire zet. Arjan? Ik begrijp dat hij dat wil. Het is zijn levenswijze. Bovendien is het voor zijn Kerstconcert in Maassluis, dus van het repertoire van zijn andere koren. Maar moet dit nu ten koste gaan van onze eigen repetitie tijd? Drie maanden voor Maassluis repeteren. Hoeveel nieuwe stukken kunnen we volgend jaar op ons eigen concert laten horen? Of kunnen we het programma voor 2007 al laten drukken? Ik snap niet dat het bestuur en de muziekcommissie dit zo laten gebeuren. Hoe neutraal zijn deze mensen of hebben ze de zelfde achtergrond als Arjan? Met alle respect , dan is neutraal een wassen neus. Het lijkt mij juist, dat deze commissie als dat nodig is, tegenwicht moet geven aan de dirigent .Misschien is het zinnig dat in de volgende randverschijnselen iemand van de muziek commissie of het bestuur uitlegt hoe het repertoire en het programma van onze eigen concerten tot stand komen. Wie, o wie filtert de te zingen stukken op zijn neutraliteit.

Ik wacht in spanning op de volgende Randverschijnselen.

Hans Bremer
(Terug naar boven)

DRIE IN ÉÉN STELLING


Een koor, dat zich bij een concert professioneel presenteert aan het publiek:

  • schrapt het voorwoord van de voorzitter van het programma;
  • schrapt het slotwoord van de voorzitter van het programma;
  • maakt van het uitreiken der bloemen een korte ceremonie zonder woorden.
  • Voor de goede orde: deze stellingen zeggen niets over de voorzitter, maar betreffen slechts de procedure.

Peter Hoevenaars
(Terug naar boven)

Oplossing raadsel: Geen; we zingen hetzelfde repertoire.

Hans Bremer.
(Terug naar boven)

MUTATIES

Met ingang van 01-09-2006 is weer lid geworden:

Dirk Wijers
Lenteakker 234,
3206 TB Spijkenisse
geb datum: 24-11-1950
stemsoort: Bas
tel: 0181-610047

De teller staat nu op 98 leden.

(Terug naar boven)


vorige editie

website

volgende editie