REDACTIONEEL
Nummer 5 van jaargang 5 begint met een redactionele verantwoording (Valse Start) voor de vorige editie, gevolgd door de introductie van een vaste medewerkster, die gaat schrijven/al heeft geschreven over verenigingsactiviteiten. Daarna is er de gebruikelijke Voorzitterspraat, waarin een blik op de ontstaansgeschiedenis van het koor. Onze vaste medewerkster heeft dus al geschreven en wel over het koor in de Breepleinkerk. In Gesprek Met … voelde tweede tenor Gerard Streefkerk aan de tand, hetgeen interessante leesstof opleverde. Arjan Breukhoven geeft een kijkje achter de schermen van een televisieopname. Wij konden er niet omheen: het huwelijk van Piet Eland en Elly Stormezand. Twee artikelen lijken over dromen te gaan, maar hebben in werkelijkheid alles met de koorreis naar Australië te maken. Het lied ‘Çantique de Jean Racine’ was aanleiding voor enige informatie over de componist Fauré. Wij hebben de Nederlandse tekst van het lied in het verhaal meegenomen. Over activiteiten en evenementen in de naaste toekomst gaan de verhalen: ‘Medewerking concert Maasdijk’, ‘Nederland Zingt’ en ‘Agenda Arjan’. Met de Verjaardagen, de Mutaties en de Kooragenda sluiten wij deze keer af. Voor wat betreft de mutaties is opmerkelijk, dat de teller van het aantal leden inmiddels op 93 staat. Bijna een record, want vrijwel exact twee jaar geleden (Randverschijnselen 5 jaargang van 13 maart 2003) noteerden wij de tot nu toe hoogste stand van 94 leden. Zou het dan toch nog gebeuren, dat in het jaar van het eerste lustrum de magische grens van 100 wordt bereikt?
De redactie.
(Terug
naar boven)
SCHRIJFSTER VOOR HRM-ACTIVITEITEN
De redactie van ‘Randverschijnselen’ is uitgebreid met een vierde persoon en wel mevrouw Carolien Klinkhamer. Zij gaat, vooralsnog voor een periode van een jaar, verslag doen van zo mogelijk alle activiteiten waarbij het koor op één of de andere manier is betrokken; uitgezonderd de normale repetities.
Carolien Klinkhamer uit Brielle is een trouwe volgster van Het Randstedelijk Mannenkoor. Zij behoort tot de groep donateurs. Het afgelopen najaar werd haar belangstelling voor het redactiewerk gewekt door de oproepen in het verenigingsblad, vanwege een vacature in het redactieteam. Na enige aarzeling besloot zij toch te reageren. Op dat moment was de redactie, met drie mannen, al min of meer compleet. Maar het driemanschap aarzelde geen moment en deed Carolien het voorstel om een belangrijke taak op zich te willen nemen: het schrijven over de HRM-activiteiten. Carolien zegde onmiddellijk haar medewerking toe. Haar eerste verslag over de zangdienst in de Rotterdamse Breepleinkerk staat in dit nummer.
De redactie is blij met Carolien Klinkhamer als vaste schrijvende medewerkster. Op die manier is er een goede kans, dat er een frisse wind door die verslaggeving gaat waaien. HRM zal de eigen reizende verslaggeefster de komende maanden ongetwijfeld nader leren kennen; door haar aanwezigheid op allerlei plekken, waar de zangers ook zijn, en door haar verslagen in ‘Randverschijnselen’.
CAROLIEN, van harte welkom bij de club!
(Terug naar boven)
VOORZITTERSPRAAT 
Rond deze tijd gaan mijn gedachten terug naar de eerste maanden van het jaar 2000. De eeuwwisseling is net achter de rug. De perikelen rond Arjan Breukhoven, destijds dirigent bij een ander mannenkoor, lopen enigszins uit de hand. Toon Kooren, Joop Marienus en ondergetekende richten het ‘Comité Arjan Bedankt’ op om afscheid van hem te kunnen nemen. Tientallen leden van het ‘andere koor’ nemen de moeite om op 26 april van dat jaar naar ‘Het Anker’ in Rozenburg te komen ten einde Arjan te bedanken voor het feit, dat hij bijna tien jaar hun dirigent is geweest. Het wordt een warme bijeenkomst, waar ook nog heerlijk is gezongen.
Tijdens die bijzondere gebeurtenis ontstaat de gedachte om een nieuw koor op te richten, maar dan wel onder eiding van Arjan.. Toon, Joop en ik steken daarna de koppen bij elkaar om de mogelijkheden te onderzoeken. De eerste vergadering is op 10 mei 2000. Een vijftiental punten wordt op een rijtje gezet. Een week later wordt er opnieuw vergaderd. Er is ondertussen gekeken naar een repetitielocatie in Brielle, maar dit blijkt niet haalbaar. Er daarom wordt contact opgenomen met Cor Spiering om te kijken of de accommodatie in Spijkenisse, waarvan hij beheerder is, een mogelijkheid biedt. Dit blijkt het geval. Ook is er met Arjan gesproken en deze is bereid het koor te gaan leiden. Al filosoferend komt de naam ‘Het Randstedelijk Mannenkoor’ op de proppen; een inspirerende naam en niet plaatsgebonden. Als repetitieavond komt donderdag uit de bus.
Op dat moment is er een dirigent, een repetitieavond en -gelegenheid. Besloten wordt, dat Toon voorlopig het penningmeesterschap, Joop het secretariaat en ondergetekende het voorzitterschap op zich zullen nemen. Geld s er nog niet. Met Arjan wordt afgesproken, dat zijn honorarium zal bestaan uit 50% van de contributie, die wordt bepaald op twintig gulden per maand per lid. De muziek zal bestaan uit nummers, welke hij zelf heeft bewerkt en waarvoor wij geen rechten behoeven te betalen. Alles ligt dus open voor de start van ‘Het Randstedelijk Mannenkoor’.
Inmiddels hebben zich ook Hans Hamaker (helaas overleden), Leo van Kooij, Cor Spiering en Gerrit Verspuij gemeld om de kar te gaan trekken. De eerste vergadering van de voltallige groep vindt plaats op 11 juli 2000. Op deze avond valt het definitieve besluit om het koor op te richten. Er wordt een fraaie folder ontwikkeld en verspreid; er komen krantenartikelen en ook de plaatselijke radio- en t.v. zenders op Voorne/Putten maken gewag van de komst van het nieuwe koor. Donderdag 7 september 2000 wordt voor de initiatiefnemers ‘D-day’.Tot zover de ontstaansgeschiedenis van ‘Het Randstedelijk Mannenkoor’. Hoe het dat jaar verder ging kunt u lezen in één van de volgende nummers van ‘Randverschijnselen’.
Cees Brons.
(Terug naar boven)
BREEPLEINKERK EN HET KOOR
Hoewel de weg naar de Breepleinkerk met het openbaar vervoer goed aangegeven stond in Randverschijnselen kon ik daar toch geen gebruik van maken. Niet bekend met de situatie parkeerde ik mijn auto op de Groene Hilledijk. Dat was dus niet naast de deur en het spreekt daarom vanzelf dat ik erg laat was. Nog niet van jas en das ontdaan, was ik al gesignaleerd door Piet Eland, die me aan Peter Hoevenaars voorstelde. Peter: “Je was niet bij het inzingen en zie je onze nieuwe banier wel? Heb je wel een pen bij je?” Ik behoef nu niet meer uit te leggen waarvoor ik kwam. Ja, ik zou een verslag schrijven over datgene wat over me heen zou komen. Als ik dat naar tevredenheid doe van de redactie en de lezers dan zal ik proberen het een jaar lang te doen. Ik ben geen connaisseur, maar ik kan genieten (soms ook niet) en meestal vallen mij dingen op die een ander niet opvallen en die ik dan wel belangrijk vind.
Ik was juist op tijd om mee te zingen met ‘Behouden Vaart’ en ik bevond me dus in een Gereformeerde Kerk. Toen Ds. Speelman op stond om het welkomstwoord uit te spreken ,kon hij alleen maar zeggen: “De klokken luiden nog.” en ging snel weer zitten om het einde van het klokgelui met eerbied af te wachten.
Door het koor werd als eerste gezongen ‘Gloria in excelsis Deo’. Het is en blijft een topper, die geweldig goed gedirigeerd werd. Alleen begrijp ik niet dat sommige koorleden de map onder de arm hebben en andere kijken er in alsof ze de woorden voor het eerst zien. Ik zie de dirigent aan de achterkant maar kan me zo voorstellen, dat, wanneer je naar hem kijkt, je precies weet wàt je moet zingen. Het begin van Gloria is het meest spannend, want je weet niet wannéér het nu precies begint. Maar plotseling stompt Arjan met twee vuisten in het koor en dan klinkt het kort, afgemeten, luid: ‘GLORIA’.
Alle hulde voor de organist Martin Mans en de trompettisten H.J.Drost en M.Veldhuizen. Ze waren geweldig in hun solopartijen. In combinatie met het koor vond ik zo af en toe dat ze het koor teveel overstemden, waardoor het koor er bovenuit wilde komen en dat effect was niet goed.
Het mooiste van het optreden was ‘Going Home’, bewerkt door Arjan Breukhoven; werkelijk schitterend. Je merkte het ook aan de kerk. Iedereen was even met stomheid geslagen. ‘Sanctus’ klonk niet overtuigend, misschien doordat niet alle Koorleden aanwezig waren.
Na het Dankgebed kregen alle medewerkers een daverend applaus. Arjan was al weer verdwenen naar de zijvleugel van de kerk. maar kon er nog van genieten. Evenzo de koorleden die, als bij een défilé, als één man naar links keken, naar hun dirigent.
In zijn slotwoord zei Ds.Speelman : “Het lijkt wel of heel de Randstad is afgezocht om de beste zangers bij elkaar te brengen”. Als dàt geen compliment is? Bij het uitgaan van de kerk speelden de trompettisten ‘When the Saints go marching in”. De melodie werd heel traag gespeeld en dat had een bijzonder effect.
Carolien Klinkhamer.
(Terug naar boven)
IN GESPREK MET…..
Telkens als ik op weg ben naar een nieuw ‘slachtoffer’ voor een interview in deze langlopende serie probeer ik mij voor te stellen wat het beroep van de betreffende zanger is of is geweest. Zo ook deze derde dinsdagochtend van het jaar 2005. Het eindpunt van mijn autotochtje naar Hoogvliet is het woonhuis van tweede tenor Gerard Streefkerk aan het G. Gelderpad. Ik haal mij de altijd correct geklede en vriendelijke Gerard voor de geest en concludeer, dat hij best eens ambtenaar geweest zou kunnen zijn. Ruim een uur later weet ik uit zijn eigen mond, dat ik gedeeltelijk gelijk had. Echter , hij kan evenzeer tot de categorie van stoere zeebonken worden gerekend. Ik ben van plan om in het vervolg van dit verhaal uit de doeken te doen hoe een en ander precies in elkaar steekt.
Dankzij de medewerking van de routeplanner en een behulpzame buurman lukt het mij om precies op de afgesproken (koffie) tijd bij de familie Streefkerk aan te bellen. Het welkom van Gerard en zijn vrouw Tonnie is hartelijk. Ik vind het leuk mevrouw Tonnie nu eens te ontmoeten. Zij is namelijk één van de vaste deelneemsters (Gerard vult in en betaalt) aan de wekelijkse koorlotto en draagt op die manier wekelijks haar financiële steentje aan de vereniging bij. Met z’n drieën nemen wij plaats in de gezellige en in onberispelijke staat verkerende woonkamer. Met mijn rug naar de goed onderhouden achtertuin ga ik van start met de eerste vraag over waar het voor de heer en mevrouw allemaal begonnen is.
Gerard en Tonnie zijn geboren en getogen in Brielle (destijds wellicht nog Den Briel). Geboren in 1937 woonde hij het grootste deel van zijn jeugd in de Coppelstockstraat en zij niet ver uit de buurt. In elk geval bezochten zij dezelfde kleuterschool en School met den Bijbel. Voor de goede orde: toen was er nog geen sprake van een liefdesverhouding. Het gezin Streefkerk telde vijf kinderen. Gerard: “Ik was de jongste ,erg ondeugend en werd door mijn drie zussen en oudere broer nog al verwend.” Vader verdiende aanvankelijk de kost als stoker in de gasfabriek aan het Slagveld. Later werd hij tuindersknecht in Tinte. Gerard: “Wat die banen gemeen hadden, was de zeer zware lichamelijke arbeid. Ik herinner me mijn vader vooral als iemand, die van vroeg tot laat moest ploeteren voor zijn gezin.” In de oorlog (1943) overkwam vader Streefkerk iets verschrikkelijks. Hij luisterde zo nu en dan naar de toen illegale Nederlandse radio uit Londen. Een ‘verkeerde’ stadgenoot verklikte hem bij de Duitsers en het lot van de illegale luisteraar was bezegeld. De bezetter pakte hem op en bracht hem naar een gevangenkamp in Amersfoort en later naar Vught. Gerard: “Na verloop van enkele maanden kwam mijn vader als een wrak terug in Brielle. De verrader loopt nog steeds vrij rond. Ik heb nooit de neiging gehad om wraak te nemen, maar ik heb hem ook nooit kunnen vergeven.” Vader Streefkerk kwam na de oorlog aan het werk als onderhoudsman op het terrein van Shell Pernis en overleed plotseling in 1959.
Gerards moeder was, zoals haar jongste kind het nu verwoord, een zorgzame moeder en een vlijtige huisvrouw met veel aandacht voor anderen. Zij zag er op toe, dat de kinderen regelmatig naar de Gereformeerde Kerk gingen. Tonnie: “Toen wij verkering hadden, ging Gerard wel eens met mij mee naar de Hervormde Kerk. Dat vond moeder niets; de Hervormde Kerk telde in haar beleving niet mee.” Anno 2005 speelt de kerk geen rol meer in het leven van de Streefkerks.
Marineman.
Gerard bezocht de bewaarschool, waar op 4 maart 1943 vlakbij enkele bommen vielen. Een gebeurtenis, die in zijn geheugen staat gegrift. In de laatste jaren van de oorlog was het ook in Brielle geen vetpot. Gerard: “Ik moest dagelijks op klompen naar de School met den Bijbel. Helaas waren die klompen regelmatig kapot en dan bleef ik, bij gebrek aan ander schoeisel, gewoon thuis. Het gevolg was wel, dat ik de tweede klas twee keer moest doen.” Na de lagere school kwam de MULO, waar de vrijbuiter Gerard het absoluut niet naar zijn zin had. Uiteindelijk stemde vader toe in een opleiding tot elektricien aan de Ambachtsschool. Met het diploma van leerling monteur op zak kon Gerard op vijftienjarig leeftijd in Rotterdam aan de slag. Werken én verder studeren was in de jaren vijftig van de vorige eeuw heel normaal. Gerard behaalde dus het certificaat van hulpmonteur en verruilde in 1955 het burgerbestaan voor dat van marineman. De marineleiding achtte hem geschikt om het vak van elektromonteur bij de onderzeedienst te gaan vervullen.. Voor de opleiding moest de kersverse matroos naar Amsterdam. Als elektromonteur derde klas werd Rotterdam uiteindelijk zijn standplaats. Gerard ging verder met zijn opleiding. Hij bevond zich daarvoor regelmatig aan boord van de O-24 en O-27. “Tijdens die periode leerde ik de dienst en de boten pas echt kennen en behaalde mijn Flipper”, aldus Gerard. (De Flipper is voor iemand van de onderzeedienst wat de Wing voor iemand van de luchtmacht is). Zijn eerste reis als derde klas ging naar Engeland op (of in?) de ‘Zeeleeuw’. Met vijfenzestig man aan boord voerde de reis naar Portsmouth voor onder meer de ontsnappingsoefeningen. Matroos derde klas Streefkerk besloot een opleiding te gaan volgen, die hem op het niveau van de Middelbaar Technische School zou brengen. De consequentie was wel een dienstverband van acht jaar.
CJMV.
Tonnie en Gerard kenden elkaar vanaf heel jong en later van ontmoetingen in de soos van de Christelijke Jonge Mannen Vereniging. Toen zij, in 1958, allebei de leeftijd van twintig jaren hadden bereikt, besloten zij om als echtpaar met elkaar verder te gaan. In Brielle kwam er voor hen woonruimte beschikbaar; een kamer en een keuken in een groot huis. De jonggehuwden konden niet erg lang van hun Brielse huwelijksnestje genieten, want de marine verordonneerde een verhuizing naar Hoogvliet. Medio 1959 namen zij hun intrek in een, inmiddels alweer gesloopte, flatwoning nabij de Deltakerk. Vanaf dat moment woonde Gerard voor korte tijd dicht bij zijn werk. De marine gunde hem echter geen rust. In 1960 verhuisde de onderzeedienst en derhalve ook de werkplek van derde klas Streefkerk naar Den Helder. Van verhuizen naar Noord-Holland kwam het niet. Tonnie, die als ze er aan terug denkt een enigszins verbeten trek op haar anders zo vriendelijke gezicht krijgt: “Ik ging onder geen beding akkoord met weer een verhuizing.” Jaren later, in 1974, was er weer wel een verhuizing naar de huidige woning. De vastbeslotenheid van Tonnie om haar man niet naar Den Helder te volgen, was niet zo verwonderlijk. Tenslotte had zij haar wortels in Zuid-Holland en inmiddels haar en natuurlijk zijn eerste kind, zoon Martin uit 1959, ter wereld gebracht. Het weekendhuwelijk verliep aanvankelijk gelijk de meeste van dergelijke echtverbintenissen. Maar in 1962 was het raak: Gerard moest naar Nieuw Guinea. De spanningen waren daar hoog opgelopen, omdat de Indonesische regering van president Soekarno aanspraak maakte op ook dat deel van het Koninkrijk der Nederlanden in de Oost. Aan boord van Hr. Ms. ‘Walrus’ verlieten Gerard en zijn meer dan zestig kompanen de veilige Nederlandse marinehaven voor een gevaarlijk avontuur ver van huis. Op 17 juni 1962 ontmoette Gerard, bij het passeren van de evenaar, ‘Neptunes’. Op dat moment was Tonnie voor de tweede keer in verwachting. En zo kon het gebeuren, dat dochter Erika geboren werd, terwijl haar vader zich in den vreemde inzette voor volk en vaderland. Bijna gelijktijdig zeggen Tonnie en Gerard van deze toch wel bizarre situatie: “Wij hadden het er emotioneel erg moeilijk mee.” Nadat Soekerno zijn zin had gekregen, aanvaardde de ‘Walrus’ de thuisreis. Via onder meer Pearl Harbour, waar de Nederlandse marinemensen heel erg door hun Amerikaanse collega’s werden verwend, bereikte de oorlogsbodem Nederland.
Ambtenaar.
Gerard maakte zijn contract bij de marine vol op een onderzeebootjager. “Ik had ineens mijn buik helemaal vol van de onderzeedienst.” Bij die overstap stond voor hem echter al wel vast, dat hij lang genoeg de wapenrok had gedragen. In 1964 zette hij definitief een punt achter een leerzame en in bepaalde opzichten ook bewogen periode in zijn leven. Met plezier maakte Gerard de overstap naar de RET, het openbaar vervoerbedrijf van de gemeente Rotterdam. Met de in de marinetijd opgedane kennis en ervaring wilde men daar graag hebben als man voor het elektrotechnisch onderhoud. Weliswaar in de continudienst, maar toch elke dag thuis aan boord en in de veilige haven van zijn gezin met de twee opgroeiende kinderen. Gemeenteambtenaar Gerard werkte met inzet en vooral veel plezier bij de RET. Dit ondanks het feit dat hij tijdens zijn dienstverband enkele malen bij een reorganisatie berokken was. Eind 1992/begin 1993, toen hij belast was met het toezicht op een afdeling van ongeveer veertig personen, stond er weer een reorganisatie (Gerard: “De zoveelste”) aan te komen. Gezien zijn staat van dienst gaf men Gerard in overweging er uit te stappen. Hij hoefde niet lang na te denken. “Tonnie vond het prima als ik met vervroegd pensioen zou gaan en bovendien had de RET het financieel allemaal uitstekend geregeld.” Sinds januari 1993 geniet Gerard dus van zijn welverdiend pensioen. Na een enigszins moeilijke periode van gewenning aan het dagelijks leven zonder betaald werk, is het nu al weer twaalf jaren genieten van het min of meer zorgeloze bestaan. Hij had derhalve alle tijd en gelegenheid om de vijf kleinkinderen (drie bij Erika vlakbij in Hoogvliet en twee bij zoon Martin in Hoornaar) te zien opgroeien. Uit eigen ervaring weet ik, hoe dat het leven van opa verrijkt en welk een kostbare momenten dat in zijn leven kan opleveren. Een aantal foto’s in de kamer hebben enkele van zulke momenten vastgelegd.
Waarschuwingen.
Gerard heeft het in zijn pensioenjaren veelal rustig aan gedaan. Zeker, omdat zijn hart hem tot twee keer (1997 en 2000) toe even in de steek liet. Gelukkig overwon hij, samen met Tonnie, het ongemak. De gezondheid laat momenteel niet veel te wensen over. Echter het reizen naar Engeland, zijn favoriete vakantieland behoort tot het verleden en op de zolder van het huis is ook het modelspoor tot stilstand gekomen.
Gerard is vier jaar lid van HRM. Tweede tenor Bas Slooter haalde hem over. Gerard: “Bas woont ook aan het G. Gelderpad. Ik ontmoette hem in het deftige koorpak en vroeg wat dat te betekenen had. Het enthousiaste verhaal van Bas, ontstak ook bij mij het heilige zangvuur.” Weer lid van een zangvereniging pakte Gerard de draad op, die hij jaren geleden had laten vallen. In de jaren zestig zong hij bij het toenmalige Hoogvliets Mannenkoor. Hij deed daar zelfs het secretariaat en de vertegenwoordiging bij de bond. Nadat het Hoogvliets Mannenkoor was opgeheven, viel de keus op Orpheus Schiedam. Gerard: “In verband met mijn onregelmatige diensten besloot ik in 1970 om te stoppen met zingen in een koor.” De koorloze periode behoort dus alweer vier jaar tot het verleden. Gerard heeft het erg naar zijn zin bij HRM. Tot voor kort maakte hij deel uit van de muziekcommissie. Gerard: “De muziekcommissie staat wat de werkzaamheden betreft voorlopig in de ijskast. De meerderheid van de commissieleden vond, dat zij onvoldoende invloed hadden bij de keuze van het repertoire en besloten het werk te staken.” Gerard behoorde tot de meerderheid. Hij doet nu nog het belangrijke werk van het ‘vertalen’ van moeilijke niet Nederlandse zangteksten in , zelfs voor een eenvoudige zanger als ik, leesbaar schrift. Voor HRM heeft hij nog één grote wens. Gerard: “Ik zou heel graag willen, dat HRM een meer eigen muzikale koers gaat varen. Ik bedoel daarmee: onafhankelijker van de andere mannenkoren, die Arjan Breukhoven onder zijn hoede heeft. HRM is HRM en niet één van de drie koren van Arjan Breukhoven.” Gerard haast zich om er aan toe te voegen, dat die uitgesproken wens volledig los staat van zijn waardering voor het vakmanschap en het enthousiasme van Arjan.ijn nadere kennismaking met Gerard en Tonnie is mij goed bevallen. In mijn ogen zijn het twee bijzonder vriendelijke mensen zonder al te veel opsmuk. Zij hebben het mij niet gezegd, maar het zou mij niet verbazen als hun motto is: Doe gewoon, dan doe je al gek genoeg. Echte in Brielle geboren Rotterdammers!
Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)
ARJANS OVERPEINZINGEN
Het is natuurlijk al lang bekend, dat HRM dit voorjaar meewerkt aan twee televisieopnamen: De ‘Nederland Zingt-Dag’ met circa tienduizend bezoekers in de Jaarbeurs in Utrecht en ‘Nederland Zingt’ in de Onze Lieve Vrouw Kathedraal van Antwerpen. Nu zal iedereen op de televisie wel eens een programma als ‘Nederland Zingt’ hebben gezien, maar wellicht geen weet hebben van wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Ik nodig u uit er eens een kijkje te gaan nemen
Aan een opname van het programma ‘Nederland Zingt’ gaan weken van voorbereiding vooraf. Het regelen en/of het bespreken van de kerk, de materiaalbedrijven, de orgelstemmer, de vleugelverhuurder, de dame van de make-up, de koren, de solisten, de bloemen, etc., etc.. Enkele maanden vóór de opnamedag wordt er door de producer een werkbezoek gebracht aan de kerk. Dan wordt de situatie ter plekke beoordeeld; belangrijk om te kunnen bepalen waar alles moet worden neergezet en opgehangen. Er wordt een uitgebreid productieschema samengesteld met van uur tot uur alle werkzaamheden en de daarbij behorende materialen. Er mag uiteraard niets vergeten worden. Zonder het noodzakelijke stroomaggregaat zou de zaak tijdens de opnamen bijvoorbeeld lelijk in het honderd kunnen lopen. In het productieschema staat ook met naam en toenaam wie wat moet doen. Alles, maar dan ook alles staat in dat schema beschreven.
Opnamedag.
De opnamedag begint ’s morgens om 06.00 uur in het Hilversumse Mediapark bij het Nederlands Omroep Bedrijf, dat het materiaal zoals de camera’s verhuurt. Voor dag en dauw is het er al een drukte van belang. Alle materialen voor onder meer de belichting worden in vrachtwagens geladen; gewoon volgens een soort pakbon. Op die pakbon staan ook: een pompje voor de luchtbanden van een camerastatief, werkhandschoenen, een rubber matje en een rolletje plakband.
Rond de klok van 08.15 uur komt de vrachtwagen aan bij de kerk, waar ’s avonds de opname plaats zal vinden. Tot voorbij het middaguur is men bezig de belichting in orde te brengen; tot zelfs in de nok van de kerk een heel gevaarte vol met spots. Zelfs buiten de kerk staan soms grote lampen, waardoor binnen de schaduw van de glas in lood ramen goed zichtbaar is. Let ook eens op de mooie kleuren ,die worden gebruikt. Alles werkt mee aan de sfeer, dus ook de kleuren. Als alles op zijn plaats staat, wordt begonnen met het uitlichten van bepaalde plaatsen. Exact moet dus zijn aangegeven waar de vleugel staat, waar de dirigent staat, waar de koren plaatsnemen en welke plek aan de solisten is toebedeeld. Op deze plaatsen staan de spots gericht. Halverwege de middag moeten de microfoons en ook de camera’s klaar staan. De draagbare camera’s met bekabeling, de camera’s op rijdende statieven en de grote hengel (de skymote) met aan het einde een kleine camera. Bovendien worden er op verschillende posities monitoren geplaatst.; beslist één bij de organist, zodat hij de dirigent kan zien.
Vanaf ongeveer 16.00 uur worden er proefshots gemaakt van het interieur van de kerk om alvast de mooiste plaatjes te kunnen bepalen. Dan is de vleugel al gestemd evenals de zogenoemde tongwerken van het orgel.
Muzikale gedeelte.
Tot nu heb ik het alleen gehad over de vele praktische (facilitaire) zaken, die verband houden met de opname. Echter ook muzikaal komt er heel veel kijken. Tijdens de voorbereidingen wordt er door allerlei betrokkenen een berg werk verzet. De samensteller van het programma maakt allereerst het muzikale plaatje klaar: welke samenzang, welke koorliederen. Als er solisten meewerken, moet veel nieuwe muziek worden geschreven/bewerkt op basis van koorwerken of samenzangliederen. Alleen insiders weten wat een werk dit met zich meebrengt. Een pianist of een organist kan vanuit een koorpartijtje de leukste muziek toveren, maar een violist, een trompettist of een hoboïst speelt niets zonder dat de specifieke nootjes zijn aangeleverd. Improviseren is bijna onmogelijk. Alles moet op papier staan.
Aan het eind van de middag komt er een stelletje ongeregeld binnen, de koren J !!! Natuurlijk is iedereen erg geïnteresseerd in alles wat er te zien is; allemaal buitengewoon spectaculair en spannend. Tenslotte is er een grote kans om (groot of klein) in beeld te komen. Op een gegeven moment verzoekt de productieleiding de koren om plaats te nemen. Het is van belang, dat iedere zanger van te voren weet waar hij moet zitten/staan; een grote verantwoordelijkheid voor de koormeesters, maar ook voor de koorleden zelf . Met zoveel zangers dient het innemen van de plaatsen snel en gestroomlijnd te verlopen. Want de tijd voor de repetitie is strikt afgebakend. Geen tijd verliezen dus en vooral de aanwijzingen van de koormeesters zonder commentaar en snel opvolgen.
Draaiboek.
De camerarepetitie (heel belangrijk) begint om 18.30 uur. Dan worden de verschillende camerabewegingen geoefend en kunnen de koren inzingen. Elke camerabeweging staat beschreven, soms per regel van een lied, in een draaiboek van bijna vijftig bladzijden. Zo worden tijdens het voorspel de handen van de pianist inzoomend gefilmd. De eerste vier regels van het lied registreert camera drie het koor langzaam van links naar rechts, terwijl bij de regels vijf en zes de skymote in actie komt en bij de regels zeven en acht camera twee inzoomt op de dirigent. Camera acht filmt tijdens het tussenspel de organist en ….zo gaat het maar door. Het moge duidelijk zijn, dat een en ander zorgvuldig gepland moet zijn. Het samenstellen van het draaiboek vraagt dagen werk van mensen met kennis van zaken. Alles moet elke keer , elk nieuw programma weer, worden bedacht. De mensen van het productieteam zijn fulltime bij de omroep in dienst en kunnen dus fulltime met de voorbereidingen van ‘Nederland Zingt’ bezig zijn. Elk programma heeft zo zijn eigen team van voorbereiding. Dit zijn over het algemeen zeer creatieve en zakelijk mensen. Immers, in de beginfase moet worden onderhandeld met kerken en organisaties.
Als dan om 20.00 uur de opnamen beginnen is er al verschrikkelijk veel werk verzet. Een grote ploeg medewerkers kan nu even uitrusten van de klus. Zij mogen na afloop (22.00 uur) de boel afbreken en vervolgens weer terugbrengen naar Hilversum. Als alles goed gaat zal de laatste medewerker de kerk in het holst van de nacht verlaten en kan de koster de deuren achter hem op slot doen. Bijna een heel etmaal zijn er derhalve mensen in touw voor een opname ‘Nederland Zingt’.
Er zit heel wat vast aan een televisieopname van een zangprogramma in een kerk. Mijn petje af voor alle medewerkers! Leuk, dat ook HRM aan een dergelijk evenement mag meedoen. Ik heb er erg veel zin in.
Arjan Breukhoven.
(Terug naar boven)
HUWELIJK PIET EN ELLY DANKZIJ(?)/MET DANK AAN ‘RANDVERSCHIJNSELEN’
Enkele weken geleden trouwde Piet Eland (bariton) met Elly Stormezand. Vanzelfsprekend was dat een bijzondere gebeurtenis voor hen beiden én voor hun familie, maar ook voor HRM. Immers, het was de eerste keer dat er een lid van de zangvereniging in het huwelijk trad. Bovendien heeft het er alle schijn van, dat een artikel in ‘Randverschijnselen’ een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de duurzame relatie.
‘In Gesprek Met…’, de serie interviews met zangers, had in het novembernummer van 2002 Piet Eland als hoofdpersoon. Piet sprak openhartig over zijn in 1995 plotseling overleden eerste vrouw; over zijn emoties, de pijnlijke leegte en vooral over de liefde, die hij na het overlijden van verschillende kanten had ondervonden. Over die liefde ging het door hemzelf geschreven gedicht:
Zoals een bloem water nodig heeft
Kan liefde zorgen dat je toch verder leeft
Die liefde van je kinderen, vrienden en nog anderen
Doen soms je intens verdriet in geluk veranderen
Naar mensen luisteren en met ze praten
Dan merk je: ik word niet alleen gelaten
Dan weet je, zo is het goed
En hervind je de verloren moed.
Ontroerd.
Elly Stormezand las het interview bij bas Piet van Poppel, een familielid. Elly was geraakt en ontroerd door de inhoud, met name door de manier waarop over de persoon Piet Eland werd geschreven. Het gedicht sprak haar erg aan. Haar belangstelling voor de dichter was gewekt. Piet Eland ziet Elly voor het eerst als zij een concert in Spijkenisse bijwoont. Het is dan februari 2003. Tot een ontmoeting komt het niet. Wel informeert Piet E bij Piet van P wie die leuke vrouw is. Korte tijd later pakt Elly de telefoon om Piet te vragen over een rondleiding door historisch Brielle. Uit het interview wist zij dat Piet als gids dergelijke rondleidingen doet. Tijdens een volgend telefoontje spreken zij af om elkaar te ontmoeten bij het HRM-concert in Pernis. Die avond is de vonk overgeslagen en heeft een vuurtje aangestoken, dat uiteindelijk goed is gaan branden. Het mooie (voorlopige) sluitstuk was de huwelijkssluiting op 18 januari 2005.
Het gaat misschien te ver om te stellen, dat Piet en Elly dankzij ‘Randverschijnselen’ zijn getrouwd. ’Met dank aan’ past in elk geval wel. Waar het verenigingsblad van HRM al niet goed voor is!
Geluk.
Piet en Elly hebben het geluk in de liefde gevonden. Zij stralen dat ook nadrukkelijk uit. Ik hoop en verwacht, dat Piet nog eens de gelegenheid zal vinden en de inspiratie zal krijgen om daarover een gedicht voor ‘Randverschijnselen’ te schrijven.
Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)
OVER DE DROOM VAN EEN DIRIGENT EN EEN ONRUSTIG KOOR
Het is bekend: dromen zijn bedrog. Maar daarin wil Arjan Breukhoven niet berusten. Hij is tenminste druk bezig om zijn bedrieglijke droom van een koorreis naar Down Under tot werkelijkheid te maken. De veertiendaagse trip naar West Australië, met een gezelschap van ongeveer vijftig zangers ( uit ‘zijn’ drie mannenkoren ) en hun partners, staat in de agenda van de ambitieuze dirigent voor de periode van 3 tot en met 17 april 2007. Er is derhalve nog een flink aantal maanden te gaan, hetgeen niet wegneemt dat Arjan Breukhoven al heel wat voorbereidend werk heeft verricht. Donderdagavond 17 februari kwam er het een en ander naar buiten in een beeldende, door ‘Beter-Uit Reizen’ verzorgde, presentatie. De mooie plaatjes en de pakkende teksten gaven een goed beeld van wat de reizende koorzangers over twee jaar kunnen verwachten. En dat is niet te weinig! Voor de reissom (€ 2.500,-- per persoon) geldt overigens hetzelfde.
De presentatie maakte de tongen flink los. De zangers konden of wilden hun aandacht niet bij de normale repetitie, die na de presentatie gewoon plaatsvond, houden. Arjan moest de discussierende mannen herhaaldelijk tot meer rust manen. Desondanks bleef het een onrustige repetitieavond.
Begin april zal blijken wat de avond van 17 februari 2005 heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van de droom van Arjan reukhoven. Want op 1 april 2005 sluit de inschrijving voor de koorreis naar Australië. Wordt de droom van een dirigent werkelijkheid of bleef het bij een onrustige koorrepetitie?
Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)
ZIJN DROMEN ALTIJD BEDROG?
Toen ik in mei 2002 voor de tweede keer vanwege een concerttour in Australië was, droomde ik dat ik met een mannenkoor nog eens in dit ongelofelijke, schitterende, oogstrelende, rustgevende, adembenemende, vriendelijke, etc. etc., werelddeel concerten zou kunnen en mogen geven. Na een paar jaar dromen heb ik contact opgenomen met ‘Beter-Uit Reizen’ uit Alphen aan den Rijn om mijn plannen daar kenbaar te maken. Ik heb gevraagd of zij de reis willen organiseren. Zo ver weg lukt het echt niet om zelf te organiseren en wat te doen als er ernstige problemen opdoemen? ik moet er niet aan denken. Dit alles gebeurde in oktober/november van vorig jaar. Op 1 december 2004 ben ik naar Alphen aan den Rijn gegaan om wat meer body aan het plan te gaan geven. Met als resultaat, dat onlangs de koren konden worden geïnformeerd middels een powerpoint-presentatie. Over het programma hoef ik natuurlijk niets meer te schrijven. De speciale brochure is daar duidelijk genoeg over: in één woord schitterend. Vijftien dagen aan de andere kant van de wereld in een adembenemend mooi land.
Voor de duidelijkheid en de volledigheid nog wat aandachtspunten naar aanleiding van veel gestelde vragen.
Tot wanneer kan ik inschrijven in eerste instantie?
Tot 1 april aanstaande. Dit omdat dan duidelijk moet zijn of er voldoende zangers zijn om tot een fraai zingend koor te kunnen komen. Natuurlijk is er daarna ook nog gelegenheid om in te schrijven, maar als het toch in de bedoeling ligt om mee te gaan: Wacht niet af en schrijf in vóór 1 april 2005!
Wat zijn de gemiddelde temperaturen in april?
Naar verwachting twintig à vijfentwintig graden. Het is daar eind zomer; heerlijk korte broeken weer.
Is er een mogelijkheid om de reisduur te verlengen?
Ja, ik begreep van ‘Beter-Uit’ dat voor een kleine meerprijs het vliegticket kan worden verlengd om langer ‘down under’ te blijven .
Moet ik ook worden ingeënt voor dat land?
Nee, geen aparte vaccinaties nodig.
Kan ik deelnemen aan een spaarsysteem?
‘Beter-Uit’ geeft de mogelijkheid om te sparen voor de reis. Periodiek wordt er dan automatisch een bedrag afgeschreven.
Mogen er meer dan honderd mensen mee?
Hoe meer, hoe beter, want bij honderdvijfentwintig reizigers wordt de prijs per persoon lager.
Wie gaat er mee als muzikaal begeleider?Ik heb aan Martin Zonnenberg gevraagd of hij mee wil en hij wil graag met ons mee. We kennen hem allemaal wel. Hij is een goede organist en pianist.
Nog meer vragen? Stel ze gerust.
Arjan Breukhoven.
(Terug naar boven)
GABRIEL URBAIN FAURÉ
(1845-1924)
Al enige tijd staat het lied ‘Cantique de Jean Racine’ op het oefenprogramma. De hoogste tijd derhalve voor enige informatie over de componist Fauré en het lied zelf. Daarbij mag de Nederlandse tekst van Cantique natuurlijk niet ontbreken.
Frans Componist.
Fauré was vanaf 1861 een leerling van Saint-Saëns. Hij beëindigde zijn studie op twintigjarige leeftijd met prijzen voor harmonieleer, compositie en piano. Zijn eerste functies waren die van hulporganist en organist. Later werd hem een betrekking aangeboden aan de kerkmuziekschool van Niedermeyer in Parijs. Uit die tijd stammen zijn eerste volwaardige composities: liederen, een ballade voor piano en orkest, pianomuziek en een vioolsonate. Belangrijk voor zijn ontwikkeling waren de hechte vriendschappen met enkele grote componisten, die toen in Parijs woonden: Duparc, Franck, d’Indy, Gigout en Saint-Saëns.
Een mooie promotie betekende in 1897 zijn benoeming tot compositieleraar aan het Parijse conservatorium. Hij nam die functie over van Massenet. Na het Requiem (1886) componeerde Fauré onder meer toneelmuziek bij Maeterlincks ‘Pelléas et Mélisande’ (1898) en het muziekdram ‘Prométhée’ (1900).
In 1905 volgde zijn benoeming tot directeur van het conservatorium; een functie die Fauré tot 1919 vervulde. In dat jaar, was zijn vijftien jaar eerder begonnen, doofheid zo ernstig geworden dat hij zich moest terugtrekken uit zijn functies. Hij kreeg zodoende weer tijd om te componeren. In zijn laatste levensjaren schreef hij een aantal kamermuziekwerken, die met zijn opera ‘Pénélope’(1913) tot zijn mooiste werken horen. Faurés betekenis voor de Franse en de gehele westerse muziek is zeer groot geweest. Zijn composities behoren tot de belangrijkste werken van de late Romantiek.
Cantique.
Fauré schreef ‘Cantique de Jean Racine’ in 1865 voor een componeerwedstrijd van de muziekschool Niedermeyer. Hij won er de eerste prijs mee. Jean Racine (1639-1699) was een Frans treurspeldichter; één der groten van het klassieke theater. De Nederlandse tekst van zijn Lofzang (Cantique) luidt:
Wordt gelijk aan de Allerhoogste, onze eeuwige hoop, eeuwig licht van de vredige nacht.
Wij verbreken de stilte. Heiland sla Uw ogen op ons, stort het vuur van Uw machtige genade over ons uit. Dat alle kwaad vlucht bij het horen van Uw stem.
Verdrijf de slaap van een lusteloze ziel, opdat zij Uw wetten niet zal vergeten.
O Christus, wees genadig aan dat trouwe volk, dat nu bijeen is om U lof te brengen. Ontvang de gezangen, die het U aanbiedt tot Uw onsterfelijke heerlijkheid, opdat het terugkeert overladen met Uw gaven.
Het lijkt mij, dat wij bij het zingen van Cantique maar niet teveel aan de enigszins gezwollen taal moeten denken, maar ons beter kunnen concentreren op de prachtige muziek.
Peter Hoevenaars.
(Terug naar boven)
NEDERLAND ZINGT IN DE JAARBEURS en…. HRM ZINGT MEE!
-
Zaterdag 23 april 2005.
-
Thema: Machtig God, sterke Rots.
-
Jaarbeurs Utrecht Hal 12.
-
Aanwezig in Utrecht 12.30 uur.
-
Kleding: smoking.
-
Repertoire wordt later bekend gemaakt.
-
Concertmap.
-
Camera repetitie 12.45 - 13.30 uur.
-
TV-opname 13.45 - 15.45 uur.
-
Uitzending: zondagmorgen 8 mei 2005 van 10.00-10.45 uur op Ned 2 en zaterdagavond 14 mei 2005 van 18.30 - 18-54 uur op Ned 1.
-
Vertrek per bus gezamenlijk vanaf ‘De Kern’, exacte tijd van vertrek wordt later bekend gemaakt.
-
Voor de meereizende partners zijn
-
toegangs-kaarten gereserveerd.
-
Opgave zangers en partners via de intekenlijsten
(Terug naar boven)
30 maart |
Felix Welschen |
01 april |
Kees Brobbel |
04 april |
Luuk Kraak |
12 april |
Gerard van den Bos |
15 april |
Ko Braun |
16 april |
Cees van Mil |
22 april |
Koos Scheepmaker |
11 mei |
Ton Kooren |
13 mei |
Jacques Jacobs |
Van Harte Gefeliciteerd !
NIEUWE LEDEN:
Peter Spanjersbergen – bariton;
Dirk Wijers (terug van weg geweest) – bas
Leo Molendijk – eerste tenor
Mas Haverhoek – tweede tenor.
Stand per 15 maart 2005:
Leden – 93 ; donateurs – 20; adverteerders – 20.

vorige editie
|

website
|

volgende editie
|
|